Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg uitstel van vertrek verleend voor de duur van zijn klinische opname in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht (CTP Veldzicht). Verweerder stelde dat het uitstel van vertrek terecht werd toegekend vanaf 12 augustus 2020, de datum waarop een volledige opnameverklaring werd ingediend. Eiser betwistte dit en stelde dat het uitstel vanaf 11 februari 2020 had moeten ingaan, en dat het Bureau Medische Advisering (BMA) onterecht niet was geraadpleegd.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder om de ingangsdatum te laten afhangen van het moment waarop alle relevante bewijsmiddelen zijn ingediend, niet kennelijk onredelijk is. De opnameverklaring van 6 augustus 2020 voldeed aan de vereisten, waardoor het uitstel vanaf 12 augustus 2020 terecht werd toegekend. Het argument van détournement de pouvoir werd verworpen, omdat eiser op dat moment nog klinisch was opgenomen en het BMA niet geraadpleegd hoefde te worden.
Verder oordeelde de rechtbank dat het afzien van het horen van eiser in bezwaar niet onrechtmatig was, omdat op voorhand geen reden was te verwachten dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.