Uitspraak
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 18 juni 2021 ingekomen verzoek van:
[X] ,
[Y] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier met bijlagen van 1 juli 2021 van de moeder.
Feiten
- De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van het volgende, nu nog minderjarige, kind: [naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] (hierna: [voornaam minderjarige] ).
- De vader heeft [voornaam minderjarige] erkend.
- De ouders zijn, als gevolg van een aantekening in het gezagsregister van 10 januari 2016, gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
- [voornaam minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de beschikking in de plaats treedt van de toestemming van de vader voor de verhuizing van [voornaam minderjarige] met de moeder naar [plaats 1] , binnen één jaar na datum indiening van het verzoekschrift;
- te bepalen dat de beschikking in de plaats treedt van de toestemming van de vader voor inschrijving van [voornaam minderjarige] op basisschool [basisschool] in [plaats 1] , binnen één jaar na datum indiening verzoekschrift;
- indien de moeder toch vertrekt naar [plaats 1] , het hoofdverblijf van [voornaam minderjarige] bij de vader vast te stellen;
- indien de moeder toch vertrekt naar [plaats 1] , een zorgregeling vast te stellen waarbij [voornaam minderjarige] twee weekenden per vier weken contact heeft met de moeder, waarvan één weekend bij de moeder in [plaats 1] en één weekend bij (één van de) familieleden van de moeder in de omgeving van [plaats 2] .
Beoordeling
Beslissing
- twee weekenden per vier weken, van zaterdagochtend tot zondagavond, verblijft [voornaam minderjarige] bij de moeder in [plaats 1] , waarbij de moeder [voornaam minderjarige] bij de vader ophaalt en weer naar de vader terugbrengt. De exacte tijden van het contactmoment dienen de ouders in onderling overleg te bepalen;
- één weekend per vier weken, waarbij de moeder en [voornaam minderjarige] op zaterdag of zondag bij één van de familieleden van de moeder in de omgeving van [plaats 2] contact met elkaar hebben. De moeder bepaalt bij welk familielid het contactmoment zal plaatsvinden. De exacte tijden van het contactmoment dienen de ouders in onderling overleg te bepalen;
- de helft van de vakanties en feestdagen zal [voornaam minderjarige] bij de moeder in [plaats 1] verblijven, in onderling overleg tussen de ouders te bepalen;