Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De rechtbank ziet aanleiding om allereerst het volgende te overwegen. Op
6.De rechtbank overweegt als volgt.
feitelijkesituatie (zie onder punt 10 van deze uitspraak). De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat, zoals in het voorgaande onder punt 3 is overwogen, een medewerker van Stichting Nidos al ten tijde van het nader gehoor van eiser heeft gewezen op de omstandigheid dat hij bij een Nederlandse familie woont, die hij in Gambia heeft leren kennen. Zij heeft onder meer verklaard dat die familie heeft aangeboden om eiser in hun huis op te vangen omdat hij in het asielzoekerscentrum in Den Helder zo ongelukkig was en een familie nodig had. Zij bieden hem een thuis en helpen hem. Eiser wijst er niet ten onrechte op dat verweerder gedurende de jaren op de hoogte was van de band met de opvangouders en hem hierover nimmer meer heeft bevraagd. Hoewel verweerder moet worden toegegeven dat het verblijf van eiser in het opvanggezin, vanwege de omstandigheid dat eisers asielprocedure (buiten zijn toedoen) nog (steeds) loopt, naar zijn aard tijdelijk is, biedt hetgeen eiser in de zienswijze heeft aangevoerd over de feitelijke situatie, zeker wanneer dit wordt bezien in samenhang met de verklaring van de opvangouders, voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat die situatie feitelijk voor de betrokkenen (eiser en zijn opvangouders) heel anders is. Daarbij is verweerder er ook aan voorbij gegaan dat de voogdij van eiser juist vanwege het voortduren van zijn asielprocedure van rechtswege bij Stichting Nidos berust en zodoende daaraan gezien de feitelijke situatie relatief te veel gewicht heeft toegekend.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;