Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse nationaliteit bezittende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden werd afgewezen. De aanvraag was gebaseerd op de status als slachtoffer-aangever van mensenhandel.
Bij het primaire besluit werd de aanvraag afgewezen omdat eiser de aangifte van mensenhandel niet binnen drie maanden na indiening van de asielaanvraag had gedaan. Tevens bleek uit een bericht van het Openbaar Ministerie dat de aanwezigheid van eiser in Nederland niet noodzakelijk was, waardoor niet aan de voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire werd voldaan.
Tijdens de zitting gaf eiser aan dat niet hij, maar zijn partner slachtoffer was van mensenhandel, wat een persoonsverwisseling betreft. De rechtbank oordeelde dat ondanks dit misverstand het beroep ontvankelijk blijft omdat eiser nog steeds belang heeft bij het verkrijgen van de vergunning.
Echter, omdat eiser niet langer als slachtoffer wordt gezien, voldoet hij niet aan de voorwaarden voor de gevraagde verblijfsvergunning. De rechtbank verklaart het beroep daarom ongegrond en ziet geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van het slachtofferstatuut en daarmee het niet voldoen aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning.