ECLI:NL:RBDHA:2021:11247
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Handhaving marktvergunning wegens handelen buiten vergunde branche afgewezen
Eiser heeft sinds 2016 een vergunning voor een standplaats op de Haagse markt voor de branche 'wonen en leven'. Na controles in 2020 bleek dat hij merendeels Oosterse gewaden en hoofddoekjes verkocht, die onder de branche 'fashion' vallen. Verweerder legde een last onder dwangsom op wegens handelen buiten de vergunde branche. Eiser betwistte dit en voerde aan dat de regels niet bekend waren en dat hij op het vertrouwensbeginsel mocht steunen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiser wel degelijk bekend had kunnen zijn met de regel dat slechts een klein deel van de handelswaar onder een andere branche mag vallen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezeggingen of gedragingen van verweerder aannemelijk waren die handhaving uitsloten. Het belang van verweerder om verscheidenheid op de markt te waarborgen woog zwaarder dan het belang van eiser.
Eiser had het besluit over zijn branche-indeling kunnen aanvechten maar had dat niet gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens handelen buiten de vergunde branche wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.