ECLI:NL:RBDHA:2021:11263
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag wijziging verblijfsvergunning naar arbeid in loondienst wegens onvoldoende solvabiliteit kerkgenootschap
Eiser heeft een aanvraag ingediend om het doel van zijn verblijfsvergunning te wijzigen naar arbeid in loondienst, waarbij hij als pastoor werkzaam is bij een kerkgenootschap. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat de continuïteit en solvabiliteit van het kerkgenootschap onvoldoende gewaarborgd zijn, met een solvabiliteit van slechts 4,4%.
De rechtbank stelt vast dat verweerder bevoegd is om aan de hand van de solvabiliteit en continuïteit van de organisatie het voortbestaan te toetsen. Een lage solvabiliteit betekent weinig eigen vermogen, waardoor betalingsverplichtingen zoals loon mogelijk niet kunnen worden voldaan. De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid de aanvraag heeft kunnen afwijzen, omdat het kerkgenootschap afhankelijk is van onzekere inkomsten zoals donaties en subsidies.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het kerkgenootschap wel voldoende solvabel is. Toezeggingen van gemeenteleden bieden geen zekerheid en het lage eigen vermogen vormt een risico voor de continuïteit. Nieuwe niet eerder ingebracht standpunten over vaste betalingen zijn onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst op de mogelijkheid tot een nieuwe aanvraag met betere onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende onderbouwde solvabiliteit van het kerkgenootschap.