ECLI:NL:RBDHA:2021:11271
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot toekenning zelfmeldstatus bij tenuitvoerlegging gevangenisstraf
Eiser is veroordeeld tot een geldboete en voorwaardelijke gevangenisstraf wegens rijden zonder rijbewijs, gevolgd door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf na een nieuw delict binnen de proeftijd. De Staat heeft een arrestatiebevel uitgevaardigd en eiser is aangehouden voor de tenuitvoerlegging van deze straffen.
Eiser vordert in kort geding dat hem alsnog de status van zelfmelder wordt toegekend, zodat hij zich vrijwillig kan melden voor detentie. De rechtbank overweegt dat de Staat ruime beleidsvrijheid heeft bij de tenuitvoerlegging en dat de beslissing om de zelfmeldstatus niet toe te kennen slechts marginaal getoetst kan worden.
De rechtbank oordeelt dat de Staat in redelijkheid heeft kunnen besluiten de zelfmeldstatus niet toe te kennen, mede gelet op het beleid dat veroordeelden met een voorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel niet voor zelfmelding in aanmerking komen. Ook de aaneengesloten tenuitvoerlegging van beide straffen is niet onredelijk en kan in het belang van eiser zijn.
Verder overweegt de rechtbank dat zelfs indien de zelfmeldprocedure ten onrechte niet was toegepast, dit niet leidt tot toewijzing van de vordering, omdat de detentie zelf niet onrechtmatig is en de aanhouding niet ongedaan kan worden gemaakt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die onmiddellijke invrijheidstelling rechtvaardigen.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot toekenning van de status van zelfmelder wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.