Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoeker die beroep instelde tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een soortgelijke zaak op 8 september 2021.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was omdat de rechtbank reeds uitspraak had gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.11832). De gronden voor niet-ontvankelijkheid betreffen onder meer het ontbreken van een sterke band met Nederland en het toepassen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is geworden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag is afgewezen.