Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zaaknummers: NL20.21603, NL20.21604, NL20.21605 en NL20.21606
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] , eiser 1,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij vier afzonderlijke besluiten van 16 december 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Overwegingen
“Nu u eerder de schriftelijke procedure heeft doorlopen, start de Algemene Asielprocedure op dag 3.”
“ik had vaker gehoord dat er met klokkenluiders wordt afgerekend, ik wil geen lotgenoot van [naam] worden.” [12] Daarnaast heeft eiser in beroep een aantal stukken overgelegd die ook bij de beoordeling moeten worden betrokken. Uit de tekst op de grafsteen blijkt dat [naam] op [datum] is overleden, dit is drie dagen na het gestelde schietincident. Eiser heeft ook gewezen op twee weblinks waaruit blijkt dat [naam] nog in leven is. Met twee andere weblinks heeft eiser erop gewezen dat Iraanse ambtenaren, met een vergunning, een wapen mogen dragen. Dit allemaal samen maakt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat [naam] is overleden. Dat [naam] drie dagen na het incident is overleden doet niet af aan de geloofwaardigheid.
“indien de authenticiteit van documenten niet kan worden vastgesteld, dit niet ten nadele van de vreemdeling gebruikt mag worden.” [15] Het kan dan ook niet in eisers nadeel werken dat hij alleen een kopie van zijn ontslagbrief heeft overgelegd, waarvan de echtheid niet kan worden vastgesteld. Verder wordt gewezen op artikel 31, zesde lid, van de Vw. Hieruit volgt dat in bepaalde situaties waarin de vreemdeling (een deel van) zijn verklaringen niet met documenten kan onderbouwen, deze verklaringen geloofwaardig worden geacht en wordt de vreemdeling het voordeel van de twijfel gegund. Verweerder heeft niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij geen toepassing heeft gegeven aan deze bepaling.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- draagt verweerder op om nieuwe besluiten te nemen op de asielaanvragen van eisers met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van €1.602 (zestienhonderdtwee euro).