ECLI:NL:RBDHA:2021:11321
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening behandeld samen met een soortgelijke zaak (NL21.536).
Tijdens de zitting op 26 januari 2021 was verzoeker niet aanwezig, maar de gemachtigde van verweerder wel. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft het verzoek daarom afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier T.R. Oosterhoff-Vos en is op 9 februari 2021 bekendgemaakt.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielprocedure.