ECLI:NL:RBDHA:2021:11323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser vreesde indirect refoulement omdat hij vanuit Duitsland naar zijn land van herkomst zou worden teruggestuurd en verzocht de rechtbank dit bezwaar te beoordelen. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland tekortschiet in de asielprocedure.
De Duitse autoriteiten hebben de verantwoordelijkheid aanvaard en garanderen dat de asielaanvraag van eiser wordt behandeld volgens Europese richtlijnen, inclusief bescherming tegen refoulement. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar van eiser voldoende is meegewogen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.