ECLI:NL:RBDHA:2021:11326
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Dit omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd. De zitting vond plaats op 26 januari 2021, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen waren wegens verhindering. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hoofdzaak (zaaknummer NL21.461) reeds is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn en griffier T.R. Oosterhoff-Vos op 9 februari 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.