Uitspraak
1.Verloop van de procedure
2.Beoordeling
eerstelid van artikel 354a Fw.
tweedelid van dat artikel.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Schuldenaar is sinds 4 juli 2019 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Op 14 juni 2021 verzocht hij om verkorting van de looptijd van deze regeling. De bewindvoerder gaf aanvankelijk aan dat dit niet mogelijk was vanwege onduidelijkheden over nieuwe schulden en een achterstand in boedelafdrachten.
Uit het openbare verslag van 4 augustus 2021 bleek dat schuldenaar nieuwe schulden had, onder meer aan Flanderijn, OHRA en Engie, maar dat hij betalingsregelingen had getroffen en sommige schulden al had voldaan. Schuldenaar had deze nieuwe schulden deels gefinancierd met een lening van een vriend.
De rechtbank behandelde het verzoek op 11 oktober 2021 en oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 354a Faillissementswet was voldaan. De nieuwe schulden waren niet verwijtbaar, omdat zij voortkwamen uit onvoorziene omstandigheden zoals een hogere energierekening, medische kosten en een huurachterstand door bijzondere persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat schuldenaar geen verdiencapaciteit heeft en dat voortzetting van de regeling niet gerechtvaardigd is. De lening van de vriend werd niet als schenking aangemerkt, maar als een vordering die terugbetaald kan worden. De schuldsaneringsregeling werd daarom beëindigd met een schone lei.
Tot slot stelde de rechtbank de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 2.898,86, voor zover de boedel toereikend is.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling met een schone lei wegens niet-verwijtbare nieuwe schulden.