De rechtbank Den Haag behandelde op 16 september 2021 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen en verzoeken tot wijziging van de zorgregeling. De kinderen verblijven feitelijk bij de vader, die samen met de moeder het ouderlijk gezag heeft. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot september 2021.
De gecertificeerde instelling vroeg verlenging van de ondertoezichtstelling voor twee kinderen, waarbij het verzoek voor de derde werd ingetrokken. De vader verzocht eveneens om verlenging en wijziging van de zorgregeling, terwijl de moeder verweer voerde tegen verlenging en haar eigen zorgregeling wilde handhaven. De kinderrechter nam kennis van diverse stukken en hoorde de kinderen en partijen.
De rechtbank oordeelde dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn vanwege de voortdurende spanningen tussen ouders en de kwetsbare positie van de kinderen. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd voor twee kinderen en ingesteld voor de derde. De verzoeken tot wijziging van de zorgregeling werden afgewezen omdat de huidige regeling passend werd geacht en structurele veranderingen nog niet haalbaar zijn.
De beschikking werd mondeling gegeven en schriftelijk vastgesteld op 5 oktober 2021. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.