1.4Bij brief van 31 januari 2020 heeft verweerder zijn voornemen tot intrekking van het verblijfsrecht van eiser kenbaar gemaakt. Uit een onderzoek van de Inspectie SZW is namelijk gebleken dat bij de aanvraag van het verblijfsrecht stukken van een gefingeerd dienstverband van referente zijn overgelegd. Eiser heeft op 3 maart 2020 zijn zienswijze gegeven op het voornemen van verweerder.
2. Verweerder stelt zich zowel in het primaire besluit I als in het bestreden besluit I op het standpunt dat aan eiser onterecht een verblijfsdocument is verstrekt waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt op basis van zijn gezinsleven met referente. Volgens verweerder is sprake van het bij de aanvraag verstrekken van onjuiste gegevens als bedoeld in artikel 8.25 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Verweerder verwijst ter onderbouwing hiervan naar het onderzoeksrapport van de Inspectie SZW. Hieruit blijkt volgens verweerder dat referente in de door haar opgegeven periode van 1 november 2014 tot 31 juli 2015 nooit heeft gewerkt voor of bij Lavold Bedrijfsdiensten, zodat sprake is geweest van een gefingeerd dienstverband. Op basis van deze onjuiste informatie is referente onterecht ingeschreven als burger van de Unie waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. Omdat eisers verblijfsrecht afhankelijk is van dat van referente, is ook zijn verblijfdocument onterecht verstrekt, aldus verweerder. Daarnaast stelt verweerder zich op het standpunt dat, gelet op de bevindingen van de Inspectie SZW betreffende het gefingeerde dienstverband van referente, wederom twijfels zijn ontstaan over de relatie tussen eiser en referente. Met de overgelegde stukken is volgens verweerder niet aangetoond dat eiser sinds de afgifte van het verblijfsdocument een relatie onderhoudt met referente. Ten slotte stelt verweerder zich op het standpunt dat de, in het primaire besluit I ten onrechte nog niet gemaakte, belangenafweging in eisers nadeel uitvalt. Eiser heeft op frauduleuze wijze verblijf gekregen in Nederland, zodat het in de periode na het verkrijgen van dit onrechtmatige verblijf opgebouwde leven in Nederland voor rekening en risico van eiser komt.
3. In beroep voert eiser aan dat het bestreden besluit I niet deugdelijk is gemotiveerd en niet zorgvuldig is voorbereid. Hiertoe betoogt eiser – kort gezegd – dat hij in zijn belangen is geschaad omdat hij, ondanks een eerder verzoek, pas bij het bestreden besluit I kennis heeft genomen van het onderzoeksrapport van de Inspectie SZW. Daarnaast is volgens eiser met het onderzoeksrapport geen overtuigend bewijs geleverd van fraude door eiser en referente, dit terwijl het hier om een belastend besluit gaat en de bewijslast bij verweerder ligt. Verder voert eiser aan dat, anders dan verweerder heeft gesteld, uit de bevindingen in het onderzoeksrapport geen redenen voor twijfel aan de relatie tussen eiser en referente kunnen worden afgeleid. Dit rapport heeft geen betrekking op die relatie en andere redenen of indicatoren voor twijfel aan de oprechtheid van de relatie ontbreken dan wel heeft verweerder niet kenbaar gemaakt. Eiser is dan ook ten onrechte verzocht zijn relatie te onderbouwen. Ten slotte betoogt eiser dat hij en referente, zowel ten aanzien van het tegengeworpen gefingeerde dienstverband, als het niet (langer) bestaan van de relatie tussen hen, hadden moeten worden gehoord door verweerder.
4. Partijen zijn het niet eens over de vraag of eiser zijn van referente afgeleide verblijfsrecht op rechtmatige wijze heeft verkregen en daarmee of verweerder al dan niet heeft mogen vaststellen dat eisers verblijfsdocument onterecht aan hem is verstrekt. De rechtbank oordeelt als volgt.
Bekendmaking rapport Inspectie SZW
5. Verweerder heeft ter onderbouwing van zijn besluitvorming verwezen naar het onderzoeksrapport van de Inspectie SZW. Verweerder heeft, ondanks een verzoek daartoe in de zienswijze, het onderzoeksrapport pas bij het bestreden besluit I aan eiser verzonden. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee onzorgvuldig heeft gehandeld en dat eiser terecht betoogt dat hij hierdoor in zijn belangen is geschaad. Verweerders standpunt dat hiervan geen sprake is omdat de relevante overwegingen uit dat onderzoeksrapport wel al eerder kenbaar waren bij eiser, omdat deze zijn overgenomen in het voornemen en het primaire besluit I, volgt de rechtbank niet. Zoals eiser terecht betoogt, kan alleen adequaat op de relevante passages in een onderzoeksrapport worden gereageerd als de context waarin deze zijn geplaatst, bekend is. Bovendien is het niet aan verweerder om voor eiser in het kader van zijn eigen verdediging te bepalen wat relevante passsages zijn in het onderzoeksrapport. Verweerders standpunt dat het onderzoeksrapport pas zo laat is gebruikt omdat het onderdeel was van een groter en tijdrovend onderzoek wat een geruime tijd heeft geduurd, wordt niet gevolgd. Uit een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 augustus 2017 volgt dat hetzelfde onderzoeksrapport destijds al is gebruikt in een andere zaak.Het is de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden waarom het rapport niet eerder aan referente kenbaar is gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit I alleen hierom al onzorgvuldig tot stand is gekomen.
Totstandkoming en inhoud onderzoeksrapport Inspectie SZW