Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[naam] , te [plaatsnaam] , opposante,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposante heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar de rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat de beroepsgronden niet tijdig waren ingediend, ook niet na herstel van het verzuim. Hiertegen stelde opposante verzet in, dat op zitting is behandeld.
Opposante voerde aan dat de termijnoverschrijding zeer kort was en dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met de proceshouding van de staatssecretaris en de omvang van de zaak. Tevens stelde zij dat de termijn geen wettelijke, maar een door de rechtbank gestelde termijn betrof en dat de afwijzing van het verzoek tot termijnverlenging onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden bij de gemachtigde, zoals een overstap naar een nieuw computersysteem, geen verschoonbare reden vormen voor de te late indiening. Ook de korte termijnoverschrijding en proceshouding van de staatssecretaris rechtvaardigen geen andere beoordeling. De rechtbank bevestigde dat het beroep op grond van artikel 6:6 Awb Pro niet-ontvankelijk kan zijn als gronden ontbreken, mits verzuim is hersteld, wat hier niet het geval was.
De rechtbank wees het beroep op een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep af, omdat die betrekking had op bezwaartermijnen en niet op de tijdigheid van beroepsgronden. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.