ECLI:NL:RBDHA:2021:11435
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Op 19 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het asielverzoek van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 oktober 2021 samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de staatssecretaris wel aanwezig was.
Na de zitting heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De afwijzing is gebaseerd op de uitspraak in de gerelateerde zaak, waarbij het beroep op de afwijzing van de asielaanvraag is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag is afgewezen.