ECLI:NL:RBDHA:2021:11453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen
Eiseres, Iraanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij haar echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat de echtgenoot niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan zou beschikken. Verweerder stelde dat sprake was van een gefingeerd dienstverband bij de tandartspraktijk van de broer van de echtgenoot, mede gebaseerd op een rapport van de Inspectie SZW en inconsistenties in de inkomensgegevens.
Eiseres betwistte dit en overhandigde bewijsstukken waaronder een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, salarisspecificaties en bankafschriften die het loon bevestigen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van een gefingeerd dienstverband en dat verweerder iedere aanvraag op zijn eigen merites dient te beoordelen. De rechtbank achtte de door verweerder aangevoerde omstandigheden niet voldoende om aan te nemen dat het dienstverband niet oprecht was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent gefingeerd dienstverband.