ECLI:NL:RBDHA:2021:11511
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlies Nederlanderschap door langdurig verblijf in buitenland bevestigd ondanks beroep op vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel
Eiser, die naast de Israëlische ook de Nederlandse nationaliteit bezat, verloor het Nederlanderschap op 1 april 2013 vanwege een onafgebroken verblijf van tien jaar buiten Nederland. Verweerder nam daarom de aanvraag voor een Nederlands paspoort uit 2018 niet in behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond.
Eiser voerde aan dat hij verkeerd was voorgelicht door de Nederlandse ambassade en dat een belangenafweging ontbrak, waarbij hij ook een beroep deed op het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. Hij stelde een hechte band met Nederland te hebben en wees op de verstrekkende gevolgen van het verlies van het Nederlanderschap.
De rechtbank oordeelde dat de Rijkswet op het Nederlanderschap limitatief bepaalt wanneer het Nederlanderschap wordt verloren en dat algemene bestuursrechtelijke beginselen zoals het vertrouwens- en evenredigheidsbeginsel daaraan niet kunnen afdoen. Verweerder had een deugdelijke evenredigheidstoets uitgevoerd, waarbij werd meegewogen dat eiser ten tijde van het verlies geen substantieel gebruik maakte van het recht op vrij verkeer binnen de EU.
Ook het beroep op het recht op privé-, gezins- en familieleven faalde omdat eiser dit onvoldoende had onderbouwd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet in behandeling nemen van de paspoortaanvraag is ongegrond verklaard.