ECLI:NL:RBDHA:2021:11539
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eisers, allen Pakistaanse nationaliteit en familieleden van de referent die in Nederland verblijft, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf aan met als doel verblijf als familie- of gezinslid. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro.
Eisers voerden aan dat er wel sprake is van een dergelijke relatie, onder meer vanwege de veiligheidssituatie in Pakistan, de moord op de echtgenoot/vader, en financiële steun door de referent. De rechtbank overwoog dat de beoordeling van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie een feitelijke kwestie is waarbij meerdere elementen, zoals samenwoning, financiële en emotionele afhankelijkheid, gezondheid en banden met het land van herkomst, relevant zijn.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris alle relevante elementen heeft meegewogen en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie aan te nemen. De rechtbank concludeerde dat er geen beschermenswaardig familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro is en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie.