ECLI:NL:RBDHA:2021:11543
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken niet-huwelijkse relatie en hechte persoonlijke banden
Eisers, minderjarige kinderen met de Eritrese nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan voor verblijf bij hun vader, de referent. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan de voorwaarden voor verblijf bij familie of gezinslid. Eisers betoogden dat er sprake was van een niet-huwelijkse relatie tussen hun vader en moeder en dat er hechte persoonlijke banden bestonden.
De rechtbank oordeelde dat de relatie tussen de vader en moeder niet duurzaam en exclusief was, mede omdat de vader ten tijde van de relatie getrouwd was met een andere vrouw en er sprake was van meerdere kinderen uit verschillende relaties. Daarnaast was onvoldoende gebleken van hechte persoonlijke banden tussen de vader en eisers; de vader had hen nauwelijks fysiek gezien en de zorg lag bij derden.
De rechtbank verwierp het beroep en concludeerde dat geen sprake was van familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. De enkele stelling van toekomstplannen en liefde was onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.