Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 14 februari 2021 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag bij besluit van 27 juli 2021 af, omdat het deel van het asielrelaas betreffende problemen met de militie ongeloofwaardig werd geacht.
Tijdens het nader gehoor bleek dat een niet-registertolk met het Darfuri dialect was ingezet, terwijl eiser het Zaghawa dialect spreekt en het Darfuri dialect niet beheerst. Dit leidde tot misverstanden en een gebrek aan zorgvuldigheid in de procedure. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom een niet-registertolk was ingezet en dat dit een schending van de zorgvuldigheidsplicht inhoudt.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw moet beslissen, waarbij een juiste tolk moet worden ingezet. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.