ECLI:NL:RBDHA:2021:11564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en kennelijk ongegrondheid
Eiser, een Indiase boer, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na deelname aan boerenprotesten waarbij hij geweld van de politie zou hebben ondervonden en bedreigd werd na het plakken van posters. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, waarbij het relaas over bedreigingen niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat de deelname aan de boerenprotesten en het geweld tegen eiser geloofwaardig waren, maar dat het verhaal over bedreigingen na het plakken van posters onvoldoende aannemelijk was. Tevens werd geoordeeld dat eiser zich waarschijnlijk te kwader trouw van zijn paspoort had ontdaan door dit aan een handlanger van een reisagent te geven, wat de afwijzing als kennelijk ongegrond rechtvaardigde.
De rechtbank verwierp de argumenten van eiser dat hij onwetend was over de gevolgen van het afstaan van zijn paspoort en dat hij niet tegenstrijdig had verklaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 30b van de Vreemdelingenwet 2000 en de noodzaak van geloofwaardigheid in asielverhalen, evenals de gevolgen van het te kwader trouw afstand doen van identiteitsdocumenten.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas en kennelijk ongegrondheid.