Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van 23 december 2020 waarbij de maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde tevens een verzoek om schadevergoeding in. Tijdens de zitting op 5 januari 2021 werd het beroep behandeld en direct uitspraak gedaan.
De rechtbank constateerde dat eiser de feitelijke gronden voor de bewaring niet betwistte. Deze gronden omvatten onder meer dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen en zich aan toezicht heeft onttrokken. De rechtbank vond deze gronden zwaar genoeg om de bewaring te rechtvaardigen. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld, ondanks corona- en kerstperiode, en dat de overdracht naar Italië gepland stond op 15 januari 2021.
Verder werd beoordeeld of een lichter middel dan bewaring mogelijk was. Verweerder had dit gemotiveerd afgewezen, mede vanwege eerdere onbestemde vertrekpogingen van eiser en het ontbreken van voldoende financiële middelen voor terugkeer. De rechtbank hechtte weinig waarde aan de verklaring van vrijwillige vertrekwens van eiser en vond geen bijzondere omstandigheden die bewaring onevenredig bezwarend maken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.