Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die stelt staatloos te zijn, werd op 20 november 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij maakte bezwaar tegen de bewaring en vorderde tevens schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheden.
De rechtbank oordeelde dat de strafrechtelijke detentie voorafgaand aan de vreemdelingenbewaring niet ter beoordeling stond. De duur van de ophouding was binnen de wettelijke grenzen, en de juiste wettelijke grondslag voor de ophouding was artikel 50, derde lid, Vw. De elektronische handtekening op de maatregel was geldig en verifieerbaar.
De rechtbank stelde vast dat de bewaringsgrondslag juist was, omdat eiser tijdens het verhoor zijn asielwens had geuit. De zware gronden voor bewaring, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en de geldige ongewenstverklaring, waren voldoende gemotiveerd. Verweerder had terecht geen lichter middel toegepast, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van eiser.
Het beroep op onvoldoende voortvarendheid faalde omdat het ging om een maatregel van bewaring en niet om uitzettingshandelingen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.