ECLI:NL:RBDHA:2021:1162
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens verantwoordelijkheid Italië
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening samen met een andere zaak op 13 januari 2021.
Tijdens de zitting was verzoeker aanwezig met een gemachtigde en tolk, en de verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Na beoordeling van de zaak en in samenhang met de uitspraak in zaaknummer NL20.21236, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier N.M.L. van der Kammen, en is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de asielaanvraag blijft niet in behandeling in Nederland.