ECLI:NL:RBDHA:2021:11626
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning koffiehuis
De burgemeester van Den Haag heeft de exploitatievergunning van een koffiehuis ingetrokken na een bestuurlijk onderzoek waaruit bleek dat er drugshandel plaatsvond in het koffiehuis en een woning tegenover het pand. De politie vond hasj en een weegschaal bij doorzoekingen, en er waren observaties van verdachte transacties.
Verzoeker, eigenaar van het koffiehuis, betwist de aantijgingen en stelt dat hij geen softdrugs heeft verhandeld en dat hij maatregelen wil nemen om drugshandel te voorkomen. Hij wijst ook op de financiële gevolgen van de intrekking, mede door coronamaatregelen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester het vertrouwen in verzoeker terecht heeft verloren en dat verzoeker verantwoordelijk is voor zijn personeel. De aangetroffen drugs en observaties vormen voldoende grond voor intrekking. Het feit dat verzoeker een sepotbeslissing ontving, verandert hier niets aan.
De belangen van de openbare orde en veiligheid wegen zwaarder dan het financieel belang van verzoeker. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunning van het koffiehuis wordt afgewezen.