ECLI:NL:RBDHA:2021:11630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser was van 2015 tot 2017 in dienst als monteur en meldde zich in 2017 ziek. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd zijn ZW-uitkering in april 2018 beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en startte een WW-uitkering. Eiser heeft zich met terugwerkende kracht per 2 juli 2018 ziekgemeld en verzocht om een ZW-uitkering.
Verweerder wees dit verzoek af op basis van rapportages van verzekeringsartsen die concludeerden dat de arbeidsongeschiktheid niet was toegenomen. Eiser stelde dat zijn slaapapneu en aanverwante klachten, waaronder vitamine B12-tekort en PTSS, zijn arbeidsongeschiktheid per datum in geding deden toenemen.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsartsen hun rapporten zorgvuldig hadden opgesteld en dat de medische stukken van eiser geen aanleiding gaven om hun oordeel te herzien. De verklaringen van behandelaars en de werkcoach konden het oordeel niet ondermijnen. Er werd geen urenbeperking toegekend en de ingangsdatum van de ZW-uitkering werd niet gewijzigd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Ziektewet-uitkering per 2 juli 2018 wordt ongegrond verklaard.