ECLI:NL:RBDHA:2021:11676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg met aanhouding voor aanvullende informatie
De rechtbank Den Haag behandelde op 15 oktober 2021 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een schizo-affectieve stoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Betrokkene verblijft in een langdurige zorgaccommodatie en ervaart een hoge lijdensdruk, mede door de behandeling en zijn somatische aandoening, slokdarmkanker.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan de medicatie als vergif te ervaren en sprak hij over ernstige bijwerkingen en marteling in het verblijf. De advocaat benadrukte de lijdensdruk en stelde dat betrokkene mogelijk openstaat voor nader onderzoek naar zijn somatische ziekte. De arts waarnemer lichtte toe dat verplichte depotmedicatie noodzakelijk is om agressie te voorkomen en dat een verhuizing naar een HAT-woning momenteel niet haalbaar is vanwege agressief gedrag.
De rechtbank stelde vast dat betrokkene zorgmijdend is, geen ziekte-inzicht heeft en dat er geen passende vrijwillige zorgmogelijkheden zijn. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig, noodzakelijk en effectief om ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank besloot de zorgmachtiging te verlenen voor diverse medische en vrijheidsbeperkende maatregelen tot 15 januari 2022, maar hield de zaak deels aan om aanvullende informatie van de behandelaars over de psychiatrische en somatische situatie te verkrijgen, zodat op een vervolgzitting verdere afweging kan plaatsvinden.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging tot 15 januari 2022 met aanhouding voor aanvullende medische informatie.