ECLI:NL:RBDHA:2021:11677

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 oktober 2021
Publicatiedatum
26 oktober 2021
Zaaknummer
C/09/618882 / FA RK 21-6741
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 24 WzdArt. 3.2.3 Wet langdurige zorgArtikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening opvolgende rechterlijke machtiging voor voortzetting verblijf cliënt met neurocognitieve stoornis

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van een jaar, gericht op het voortzetten van het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie. Cliënt, lijdend aan een psychogeriatrische aandoening met frontale kenmerken, vertoont ernstig nadeel zoals agressief en seksueel grensoverschrijdend gedrag, waarvoor opname noodzakelijk is.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf de advocaat aan dat cliënt geen fysiek verzet toont en graag naar huis wil, maar de rechtbank oordeelde dat verzet niet beperkt is tot fysiek gedrag. Cliënt weigert zorg en medicatie en geeft herhaaldelijk aan naar huis te willen, wat voldoende is voor het verzetscriterium. De arts onderstreepte de noodzaak van voortzetting van de machtiging vanwege het zorgplan en de gedragsproblemen.

De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verlening van de opvolgende machtiging is voldaan en verleende deze voor zes maanden, met het oog op het zorgvuldig uitvoeren van het zorgplan en het mogelijk maken van een proefperiode met uitbreiding van verlof en terugkeer naar huis. Het overige verzoek werd afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende machtiging voor voortzetting van het verblijf van cliënt in een zorgaccommodatie voor zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/618882 / FA RK 21-6741
Datum beschikking: 15 oktober 2021

Opvolgende rechterlijke machtiging

Beschikkingnaar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van een jaar als bedoeld in artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[de man]

hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] , Turkije
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats]
advocaat: mr. M. Lindhout te 's-Gravenhage.

ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 september 2021.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- het indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van
23 april 2021;
- de aanvraag voor een opvolgende machtiging aan het CIZ van 13 september 2021;
- de op 7 september 2021 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2021.
Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke Pro wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was:
- cliënt;
- de advocaat;
- [tolk] in de Turkse taal;
- [arts 2] .

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft namens betrokkene naar voren gebracht dat cliënt niet wil dat de rechterlijke machtiging wordt verleend. Hij wil naar huis, maar er is geen sprake van daadwerkelijk verzet. Cliënt gaat immers ook gemakkelijk terug naar de afdeling na met familie buiten te zijn geweest. De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen bij gebrek aan verzet.
De arts heeft naar voren gebracht dat cliënt nu een half jaar is opgenomen op de afdeling voor langdurige zorg. Hij heeft in de zomer van 2020 een beroerte gehad, maar het gaat nu een stuk beter met hem. De strijd om cliënt na een vrij moment naar de afdeling te laten terugkeren is verminderd. Wel blijft hij aangeven dat hij niet op de afdeling wil verblijven. De komende periode zal het verlof met kleine stappen worden uitgebreid en zal worden bezien of het mogelijk is dat cliënt in de toekomst met ondersteuning van familie en thuiszorg weer thuis kan wonen. De arts acht verlenging van de rechterlijke machtiging voor de duur van maximaal zes maanden noodzakelijk. Recent heeft cliënt nog agressief gedrag vertoond, zoals het fysiek aanvallen van een fysiotherapeut. Ook wordt sinds kort seksueel grensoverschrijdend gedrag naar zorgmedewerkers gezien, als gevolg van ontremming door zijn beroerte, en moet cliënt een zogenaamd ‘plukpak’ dragen om te voorkomen dat hij smeert met zijn ontlasting.
De arts heeft namens de echtgenote van cliënt een door haar opgestelde lijst met punten voorgelezen. De familie van cliënt stelt voor om hem over te plaatsen naar een afdeling waar hij zelfstandig naar buiten kan. Cliënt voelt zich eenzaam, en hij voelt zich vaak beter als hij buiten is geweest. De familie erkent dat hij zorg nodig heeft, maar hij hoeft volgens hen niet opgesloten te worden.

Beoordeling

Op 7 mei 2021 is door de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie verleend tot en met 7 november 2021.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten een neurocognitieve stoornis met frontale kenmerken
.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene vertoont zoekend en soms agressief gedrag. Hij gaat kamers van medebewoners in en maakt daar spullen kapot, ontkleedt medebewoners, heeft een zorgmedewerker geduwd en forse agressie vertoond. Ook vertoont hij sinds kort (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en moet door middel van een ‘plukpak’ worden voorkomen dat hij met ontlasting smeert.
De voortzetting van het verblijf in een accommodatie is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Er zijn momnteel geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Of de uitbreiding van verlof en terugkeer naar de woning met ondersteuning mogelijk en haalbaar zal zijn, moet de komende periode proefondervindelijk uitwijzen. Tijdens deze periode is een machtiging noodzakelijk om het proces goed te laten verlopen en in te kunnen grijpen bij obstakels.
Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat wel sprake is van verzet van cliënt tegen de voortzetting van het verblijf in een accommodatie. Hij weigert regelmatig zorg en medicatie en geeft bij voortduring aan naar huis te willen. Het is niet noodzakelijk om aan het criterium ‘verzet’ te voldoen dat cliënt daarbij ook fysiek verzet toont bij terugkeer naar de afdeling. Het begrip ‘verzet’ dient niet te restrictief te worden opgevat, verzet kan zich in veel vormen voordoen, naast agressie of bij de buitendeur staan.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden, nu de rechtbank van oordeel is dat deze periode noodzakelijk is om het door de arts beschreven plan op zorgvuldige wijze uit te kunnen voeren. Het verzoek zal voor het overige worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een opvolgende machtiging tot voortzetting van het verblijf in een accommodatie ten aanzien van:

[de man]

geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] , Turkije,
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 april 2022.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. S. Kokx als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 oktober 2021.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 oktober 2021.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.