ECLI:NL:RBDHA:2021:11709
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag lesbische vrouw uit Oeganda wegens ongeloofwaardigheid
Eiseres, een vrouw van Oegandese nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland op grond van haar lesbische gerichtheid en de daaruit voortvloeiende vervolging in haar thuisland. Zij stelde dat zij vanwege haar seksuele geaardheid niet veilig terug kan keren naar Oeganda, mede vanwege mishandeling door haar ex-partner en het ontbreken van bescherming door lokale autoriteiten.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk lesbisch is en dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid van het asielrelaas, waarbij zij onder meer keek naar de diepgang en consistentie van de verklaringen over haar seksuele gerichtheid, haar relaties en de problemen die zij hierdoor ondervindt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres vaag en summier was in haar verklaringen, wisselende uitspraken deed over de ontdekking van haar seksuele gerichtheid en onvoldoende persoonlijke details gaf over haar langdurige relatie. Ook achtte de rechtbank het onwaarschijnlijk dat zij in een land waar homoseksualiteit strafbaar is, zo openlijk zou zoenen op een verjaardagsfeest.
Gezien deze inconsistenties en het ontbreken van overtuigend bewijs concludeerde de rechtbank dat eiseres niet voldoet aan de criteria voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning op grond van asiel. Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep op asiel wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het LHBTI-verhaal.