ECLI:NL:RBDHA:2021:11717
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 september 2021 waarbij haar asielaanvraag in de algemene procedure als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 7 oktober 2021 samen met een gerelateerde zaak. Verzoekster was bijgestaan door een gemachtigde en een tolk was aanwezig. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak en het verzoek daarmee overbodig werd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.