ECLI:NL:RBDHA:2021:11754
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake teruggave vreemdelingenpaspoort
Verzoeker, houder van de Turkse nationaliteit en een verblijfsrecht in Nederland, heeft een Nederlands vreemdelingenpaspoort waarvan de geldigheid is verlopen op 1 oktober 2021. Dit paspoort werd op 30 april 2021 ingenomen door de Koninklijke Marechaussee tijdens een inreiscontrole. Verzoeker vroeg om teruggave van het paspoort, maar dit werd geweigerd. Hij stelde dat hij het paspoort nodig had om een verlenging aan te vragen en dat zijn Turkse paspoort niet bruikbaar is vanwege politieke redenen en stempels.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een spoedeisend belang heeft bij teruggave van het verlopen vreemdelingenpaspoort. Het paspoort is verlopen en kan niet gebruikt worden voor reizen. De gemeente beschikt reeds over het paspoort voor de aanvraag van een nieuw exemplaar, waardoor teruggave niet noodzakelijk is.
Daarnaast is vastgesteld dat het vreemdelingenpaspoort mogelijk ten onrechte is ingenomen, omdat het bezit van een geldig Turks paspoort niet automatisch het verval van het vreemdelingenpaspoort betekent als reizen met het Turkse paspoort in de praktijk niet mogelijk is. De voorzieningenrechter geeft verweerder mee dit in de bezwaarprocedure nader te motiveren.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.