ECLI:NL:RBDHA:2021:1176
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek asielzoeker met onbekende bestemming
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Tijdens de zitting op 27 januari 2021 was eiser niet aanwezig en zijn gemachtigde had zich wegens verhindering afgemeld. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser sinds 30 september 2020 met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft.
Op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte asielrechtelijke bescherming. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is mondeling gedaan en op 4 februari 2021 bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen prijs meer stelt op asielbescherming.