ECLI:NL:RBDHA:2021:11797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel wegens Dublin-verantwoordelijkheid Spanje
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft dit verzoek niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Op basis hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is definitief, hoger beroep is uitgesloten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep in de bodemzaak niet-ontvankelijk is verklaard.