ECLI:NL:RBDHA:2021:11805

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 oktober 2021
Publicatiedatum
28 oktober 2021
Zaaknummer
NL21.13780
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 DublinverordeningArt. 29 Dublinverordening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening

Verzoeker heeft op 26 augustus 2021 een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Denemarken verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 oktober 2021 samen met meerdere soortgelijke zaken. Gezien de spoedeisendheid vanwege de naderende overdrachtstermijn van 26 oktober 2021 besloot de rechtbank om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.

De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Denemarken totdat op het beroep is beslist. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Denemarken wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL21.13780

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

Procesverloop

Bij besluit van 26 augustus 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaken NL21.13779, NL21.13781, NL21.13782, NL21.13783, NL21.13784, NL21.14486 en NL21.14487, op 20 oktober 2021 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Toma. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft op 27 augustus 2021 de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft ter zitting de rechtbank verzocht om met spoed uitspraak te doen, omdat de overdrachtstermijn op 26 oktober 2021 verstrijkt.
2. Gelet op de belangen die op grond van artikel 29, eerste lid, in samenhang met artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening zijn gemoeid bij een spoedige uitspraak ziet de rechtbank aanleiding om reeds nu uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening en het verzoek toe te wijzen.
3. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan Denemarken totdat is beslist op het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.