ECLI:NL:RBDHA:2021:11806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Denemarken op grond van Dublinverordening
Verzoekster heeft tegen het besluit van 26 augustus 2021, waarbij haar asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Denemarken verantwoordelijk werd geacht, beroep ingesteld. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de overdracht aan Denemarken te voorkomen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 oktober 2021 en oordeelde dat gezien de belangen en de naderende overdrachtstermijn van 26 oktober 2021 spoed geboden was. De rechtbank besloot het verzoek toe te wijzen en het bestreden besluit te schorsen.
Hierdoor mag verzoekster niet worden overgedragen aan Denemarken totdat op het beroep is beslist. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter K.M. de Jager en griffier W. van Loon en is openbaar gemaakt op 28 oktober 2021.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Denemarken wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.