ECLI:NL:RBDHA:2021:11808
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening
Verzoekster heeft tegen het besluit van 26 augustus 2021, waarbij haar asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Denemarken verantwoordelijk werd geacht, beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met meerdere vergelijkbare zaken op 20 oktober 2021 behandeld.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de belangen van verzoekster en de spoedeisendheid vanwege de naderende overdrachtstermijn op 26 oktober 2021, een snelle uitspraak noodzakelijk was. Op basis van artikel 29, eerste lid, in samenhang met artikel 27, derde lid, van de Dublinverordening werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Denemarken totdat op het beroep is beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Denemarken wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.