ECLI:NL:RBDHA:2021:11809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overdracht aan Denemarken op grond van Dublinverordening
Verzoekster heeft een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, maar dit verzoek is niet in behandeling genomen omdat Denemarken volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met meerdere soortgelijke zaken en besloot op 20 oktober 2021 om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Dit betekent dat het bestreden besluit wordt geschorst en verzoekster niet mag worden overgedragen aan Denemarken totdat het beroep is afgerond.
De rechtbank motiveerde haar beslissing mede vanwege de belangen die gemoeid zijn met de overdrachtstermijn die op 26 oktober 2021 zou verstrijken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Denemarken wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.