ECLI:NL:RBDHA:2021:11824
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming NOW-1 wegens te late indiening
Eiseres, exploitant van een restaurant geopend op 1 maart 2020, diende op 11 december 2020 een aanvraag in voor een tegemoetkoming op grond van de NOW-1. Verweerder wees deze aanvraag af omdat deze na de uiterste indieningsdatum van 5 juni 2020 was ingediend. De brief van 9 april 2020, waarin eiseres contact zocht met het ministerie, werd niet als een geldige aanvraag beschouwd omdat deze niet via het voorgeschreven formulier was ingediend.
De rechtbank oordeelde dat de NOW-1 geen hardheidsclausule bevat die afwijking van de termijn mogelijk maakt. De wetgever heeft bewust gekozen voor een strikte termijn om snelle en eenvoudige afhandeling van aanvragen te waarborgen. Eiseres stelde dat zij benadeeld werd en deed een beroep op het evenredigheidsbeginsel en de inherente afwijkingsbevoegdheid, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht werd afgewezen en dat ook bij tijdige indiening geen tegemoetkoming zou zijn toegekend vanwege het ontbreken van omzet in de referentieperiode. Het verzoek om nadeelcompensatie werd niet toegewezen omdat dit niet was onderbouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond wegens te late indiening van de aanvraag voor de NOW-1 tegemoetkoming.