ECLI:NL:RBDHA:2021:11829
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake last onder dwangsom gevelbekleding Hofbadtoren
Verzoekster, Loostad B.V., heeft bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag vanwege het niet tijdig aanleveren van verouderingstesten en certificaten voor de lijmverbinding van de gevelbekleding van de Hofbadtoren.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om een voorlopige voorziening een voorlopig karakter heeft en dat er geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat verzoekster niet heeft aangetoond dat er onomkeerbare gevolgen zullen optreden bij het niet verlengen van de begunstigingstermijn. Financiële belangen geven volgens vaste rechtspraak geen aanleiding tot een voorlopige voorziening.
Het primaire besluit verplichtte verzoekster binnen drie weken de benodigde testen uit te voeren en certificaten aan te leveren, met een dwangsom van maximaal €20.000 bij niet-naleving. Verzoekster stelde dat de termijn te kort was en vroeg om verlenging tot zes weken na beslissing op bezwaar, maar dit werd niet gegrond bevonden.
De voorzieningenrechter concludeert dat het spoedeisend belang ontbreekt en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.