ECLI:NL:RBDHA:2021:11832

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2021
Publicatiedatum
29 oktober 2021
Zaaknummer
NL20.20268
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak en schortte het onderzoek op voor het uitwisselen van nadere stukken. Na ontvangst van aanvullende stukken en reactie van verweerder, gaf de voorzieningenrechter aan de zaak zonder nadere zitting te willen afdoen. Verzoeker gaf geen reactie op dit aanbod, waarna het onderzoek werd gesloten.

De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar en staat niet open voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Locatie Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL20.20268
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Lavell),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.C.M. Prins).

Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.20267, plaatsgevonden op 8 december 2020. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen de heer De Roon. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft ter zitting het onderzoek geschorst voor het uitwisselen van nadere stukken. Verzoeker heeft op 21 december 2020 nadere stukken overgelegd.
Verweerder heeft hier op 28 december 2020 op gereageerd en toestemming gegeven om de zaak zonder (nadere) zitting af te doen.
De voorzieningenrechter heeft partijen op 4 januari 2021 per brief geïnformeerd over haar voornemen om de zaak zonder (nadere) zitting af te doen. Als verzoeker wel een zitting wilde, moest hij dit voor 11 januari 2021 om 17:00 uur aan de voorzieningenrechter laten weten. Verzoeker heeft niet gereageerd. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op 13 januari 2021 gesloten.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.20267, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Vranken, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
14 januari 2021
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
Mr. M.C. Verra A. Vranken
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.