ECLI:NL:RBDHA:2021:11832
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak en schortte het onderzoek op voor het uitwisselen van nadere stukken. Na ontvangst van aanvullende stukken en reactie van verweerder, gaf de voorzieningenrechter aan de zaak zonder nadere zitting te willen afdoen. Verzoeker gaf geen reactie op dit aanbod, waarna het onderzoek werd gesloten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak is behandeld en een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan in het openbaar en staat niet open voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.