ECLI:NL:RBDHA:2021:11834
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen hoogte dwangsom verblijfsvergunning
Eiser diende op 8 april 2019 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het niet tijdig beslissen op deze aanvraag stelde eiser samen met zijn gezin beroep in. De rechtbank Groningen verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom op aan de Staatssecretaris. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigde deze uitspraak deels en wijzigde de termijn en hoogte van de dwangsom.
Naar aanleiding hiervan stelde de Staatssecretaris een dwangsom van €1.442,- vast. Eiser stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, stellende dat de dwangsom te laag was en dat hij recht had op een hogere dwangsom van €1.200,-.
De rechtbank oordeelde dat de hoogte van de nadere dwangsom geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en derhalve geen bestuursrechtelijk beroep mogelijk is. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de hoogte van de dwangsom.