Eiseres, een Syrische vrouw geboren in 1952, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij haar zoon en kleinkinderen in Nederland te wonen. Haar zoon en kleinkinderen hebben verblijfsvergunningen, en de moeder van de kinderen woont in Nederland. Verweerder wees de aanvraag af omdat er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon, en de belangenafweging viel in het nadeel van eiseres uit.
Eiseres stelde dat zij vanwege haar zwakke gezondheid afhankelijk is van haar zoon en dat zij een belangrijke zorgrol vervult voor haar kleinkinderen. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres niet exclusief afhankelijk is, dat zij toegang heeft tot medische zorg en hulp van anderen, en dat zij zich al ruim drie jaar zonder hulp van haar zoon redt.
Ten aanzien van het gezinsleven met haar kleinkinderen concludeerde de rechtbank dat verweerder de belangenafweging niet onjuist heeft gemaakt. Hoewel er sprake is van familieleven, weegt het algemeen belang van een restrictief toelatingsbeleid en het feit dat de biologische moeder in Nederland woont en in principe haar zorgtaken kan vervullen, zwaarder. Ook het feit dat eiseres nooit een verblijfsvergunning in Nederland heeft gehad, speelde mee.
Tot slot oordeelde de rechtbank dat het niet horen van eiseres in bezwaar gerechtvaardigd was, omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd die tot een ander besluit konden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard.