Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 november 2021 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. M. Kleijbeuker).
Rechtbank Den Haag
Verzoekster heeft tegen het besluit van 17 augustus 2021 bezwaar gemaakt waarin haar rijbewijs is geschorst en een rijvaardigheidsonderzoek is opgelegd na een verkeersongeval waarbij zij een hek en gevel raakte. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de schorsing op te heffen, omdat zij onder meer een nalatenschap in Zweden moet afhandelen en uitzicht heeft op een nieuwe baan waarvoor zij een auto nodig heeft.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, bijvoorbeeld bij dreiging van onomkeerbare gevolgen. In deze zaak is onvoldoende spoedeisend belang aangetoond. Verzoekster kan afspraken in Zweden ook met een begeleider of openbaar vervoer nakomen en haar nieuwe werkgever heeft haar startdatum uitgesteld. Er is geen reden om te twijfelen aan de tijdige beslissing op bezwaar.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.M. Meijers op 3 november 2021 en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.