ECLI:NL:RBDHA:2021:11944
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering exploitatievergunning waterpijpen horeca
Verzoeker heeft een exploitatievergunning aangevraagd voor het aanbieden en gebruiken van waterpijpen in zijn horecagelegenheid, maar deze aanvraag is door verweerder afgewezen omdat niet aan de beleidsregels werd voldaan.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat hij 25% van zijn omzet zou verliezen en dat het verbod zijn onderneming in gevaar brengt. Ter onderbouwing overhandigde hij onder meer een verklaring van de boekhouder, omzetcijfers en bankafschriften.
De voorzieningenrechter oordeelde dat een louter financieel belang in de regel geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoeker slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het verlies een acute financiële noodsituatie veroorzaakt die onmiddellijke maatregelen rechtvaardigt.
De omzetgegevens waren onvoldoende om het spoedeisend belang te onderbouwen, mede omdat recente cijfers ontbraken en de investeringen niet met stukken waren gestaafd. Daarnaast kan verzoeker zijn onderneming voortzetten als eet- en drinkgelegenheid zonder waterpijpen aan te bieden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.