ECLI:NL:RBDHA:2021:11990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag atheïst uit Tunesië wegens veilig land van herkomst
Eiser, een Tunesische atheïst, verzocht asiel in Nederland vanwege vrees voor vervolging in Tunesië vanwege zijn overtuiging. Hij stelde problemen te hebben ondervonden met familie en buren en vreest bij terugkeer gedood of onmenselijk behandeld te worden. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat Tunesië is aangewezen als veilig land van herkomst en eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk bescherming nodig heeft.
De rechtbank bevestigde dat Tunesië als veilig land geldt en dat de atheïstische overtuiging van eiser weliswaar geloofwaardig is, maar dat hij onvoldoende bewijs leverde dat hij persoonlijk risico loopt. Eiser had in het verleden als atheïst in Tunesië verbleven zonder problemen met autoriteiten en had een paspoort en verliet het land gecontroleerd. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen bescherming van de autoriteiten kan inroepen.
Eiser voerde aan dat atheïsme ten onrechte niet als uitzonderingscategorie in de herbeoordeling van Tunesië is meegenomen en dat hij vreest voor zijn veiligheid. De rechtbank oordeelde echter dat atheïsme niet vergelijkbaar is met de uitzonderingscategorie LHBTI’s, die strafbaar zijn in Tunesië, en dat vrijheid van godsdienst en meningsuiting apart beoordeeld worden. De stukken waarop eiser zich baseerde dateren van vóór de laatste herbeoordeling en tonen geen actuele wijziging.
Gelet op het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de asielaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens het veilige land van herkomst Tunesië.