ECLI:NL:RBDHA:2021:12016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering mvv-aanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser, een Thaise nationaliteit dragende persoon geboren in 2003, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn mvv-aanvraag af te wijzen. De aanvraag was aanvankelijk buiten behandeling gesteld wegens niet-betaling van leges, waarna het bezwaar gegrond werd verklaard maar de aanvraag alsnog werd afgewezen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Tijdens de zitting is gebleken dat eiser inmiddels een nieuwe mvv-aanvraag heeft ingediend die is ingewilligd, en dat hij inmiddels in Nederland verblijft. Verweerder stelde dat er geen procesbelang meer is omdat eiser materieel niet in een gunstigere positie kan komen door handhaving van het beroep tegen de eerdere weigering. Eiser betwistte dit en stelde belang te hebben bij een eerdere ingangsdatum van zijn verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat een inhoudelijke beoordeling van het beroep niet kan leiden tot een mvv met een eerdere datum. De discussie over de ingangsdatum van de verblijfsvergunning hoort niet thuis in deze mvv-procedure. Omdat er geen procesbelang is, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst de gronden van het beroep af zonder inhoudelijke bespreking. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de mvv-aanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.