ECLI:NL:RBDHA:2021:12041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing toevoeging ontslagzaak na minnelijke schikking
Eiseres werkte van 3 februari tot 25 maart 2020 in een kledingwinkel en werd tijdens haar proeftijd ontslagen. Zij vroeg op 15 april 2020 een toevoeging aan voor het instellen van een loonvordering en tegelijkertijd voor het aanvechten van het ontslag binnen de proefperiode. Verweerder wees de toevoeging voor de ontslagzaak af omdat het rechtsbelang overeenkomt met de eerder verleende toevoeging voor de loonvordering.
De rechtbank oordeelde dat het procesbelang van eiseres in het beroep is komen te vervallen omdat de ontslagprocedure bij de kantonrechter met een minnelijke schikking is beëindigd. Het al dan niet verstrekken van een toevoeging kan geen invloed meer hebben op de rechtsbijstand of financiële gevolgen. De loonvordering is een aparte procedure waarvoor al een toevoeging is verleend.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter M.J.L. van der Waals op 13 oktober 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de toevoeging is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het vervallen procesbelang door een minnelijke schikking.