Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Delft om handhavend op te treden tegen wachtrijen die ontstaan door bezoekers van omliggende horecabedrijven voor haar eetcafé. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een overtreding van een publiekrechtelijke rechtsregel die handhaving rechtvaardigt.
Eiseres stelde dat zij overlast ervaart en haar bedrijfsvoering wordt geschaad doordat de toegang tot het eetcafé wordt geblokkeerd, en wees op mogelijke juridische aanknopingspunten. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en terecht concludeerde dat er geen wettelijke grondslag is voor handhaving.
De rechtbank benadrukt dat de drukte en wachtrijen inherent zijn aan het karakter van het drukke uitgaansgebied en niet leiden tot onnodige overlast of aantasting van de openbare orde zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarom mocht verweerder in redelijkheid afzien van handhavend optreden.
Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers op 2 november 2021.