ECLI:NL:RBDHA:2021:12054

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2021
Publicatiedatum
4 november 2021
Zaaknummer
AWB - 20 _ 5156
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:38 APVArt. 2:27b APV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing handhavingsverzoek tegen wachtrijen voor eetcafé in druk uitgaansgebied

Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Delft om handhavend op te treden tegen wachtrijen die ontstaan door bezoekers van omliggende horecabedrijven voor haar eetcafé. Verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een overtreding van een publiekrechtelijke rechtsregel die handhaving rechtvaardigt.

Eiseres stelde dat zij overlast ervaart en haar bedrijfsvoering wordt geschaad doordat de toegang tot het eetcafé wordt geblokkeerd, en wees op mogelijke juridische aanknopingspunten. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en terecht concludeerde dat er geen wettelijke grondslag is voor handhaving.

De rechtbank benadrukt dat de drukte en wachtrijen inherent zijn aan het karakter van het drukke uitgaansgebied en niet leiden tot onnodige overlast of aantasting van de openbare orde zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Daarom mocht verweerder in redelijkheid afzien van handhavend optreden.

Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meijers op 2 november 2021.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek wordt ongegrond verklaard omdat geen wettelijke grondslag bestaat voor handhaving.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/5156

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2021 in de zaak tussen

[eiseres] h.o.d.n. [h.o.d.n.] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.R. Plug),
en

het college van Burgemeester en wethouders van Delft, verweerder

(gemachtigde: mr. W.M. van den Berg).

Procesverloop

Bij brief van 24 september 2019 heeft eiseres een verzoek tot handhaving ingediend tegen de wachtrijen die voor de ingang van [h.o.d.n.] ontstaan door bezoekers van twee omringende horecabedrijven.
Bij besluit van 22 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder het handhavingsverzoek afgewezen.
Bij besluit van 24 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft op 21 september 2021 plaatsgevonden via een Skypeverbinding. Eiseres en haar gemachtigde waren aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres heeft verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen de wachtrijen die voor de deur van haar eetcafé ontstaan door bezoekers van de omliggende horecabedrijven. Verweerder heeft het verzoek tot handhaving afgewezen, omdat er geen sprake is van een overtreding van een publiekrechtelijke rechtsregel op grond waarvan hij bevoegd is om handhavend op te treden.
Wat vindt eiseres in beroep?
2. Eiseres voert aan dat zij overlast ervaart van de wachtrijen. Zij wordt in haar bedrijfsvoering geschaad doordat de toegang tot het eetcafé wordt geblokkeerd. Ook kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan nu bezoekers het eetcafé in noodgevallen niet eenvoudig kunnen verlaten. Hoewel het niet aan eiseres is om te onderzoeken welke rechtsregels er zijn geschonden, heeft zij verweerder gewezen op twee juridische aanknopingspunten. Verweerder heeft niet goed gemotiveerd dan wel voldoende onderzocht waarom deze mogelijkheden niet van toepassing zijn. Evenmin heeft verweerder onderzocht welke andere publiekrechtelijke mogelijkheden er zijn om de overlast effectief tegen te gaan.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
3. De rechtbank overweegt dat verweerder uitsluitend bevoegd is om handhavend op te treden in een situatie die strijdig is met een wettelijk voorschrift. Wanneer sprake is van een overtreding is verweerder in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Hiervan mag alleen onder bijzondere omstandigheden worden afgezien.
4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder (breed) onderzocht of de situatie strijdig is met enig wettelijk voorschrift, waarbij ook de aanknopingspunten die door eiseres zijn ingebracht zijn beoordeeld en is verweerder terecht tot de conclusie gekomen dat er geen wettelijke grondslag is op grond waarvan in deze situatie handhavend zou kunnen worden opgetreden. Niet in geschil is dat de straat waar het eetcafé is gelegen een druk uitgaansgebied is met veel cafés en uitgaansgelegenheden, waardoor er regelmatig veel mensen en (lange) wachtrijen in de straat zijn. De ter zitting overlegde foto’s vormen een bevestiging van deze drukte. Echter, deze drukte in de vorm van wachtrijen die voor de deur van de andere uitgaansgelegenheden in de straat op bepaalde tijdstippen ontstaan, is niet voldoende om te komen tot het oordeel dat er bijvoorbeeld sprake is van onnodige overlast of hinder als bedoeld in artikel 2:38 van Pro de Apv. [1] Anders dan eiseres stelt is ook niet gebleken van een overtreding van artikel 2.27b van de Apv. De drukte is namelijk inherent aan het karakter van de uitgangsstraat en leidt niet tot een aantasting van de openbare orde of een nadelige beïnvloeding van de woon- en leefsituatie in de omgeving. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook in redelijkheid van handhavend optreden kunnen afzien. Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat de beroepsgronden niet slagen.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaan geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. H.A. Abdolbaghai, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 november 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Delft houdende regels omtrent gemeentelijke regelgeving op het gebied van openbare orde en veiligheid (Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft).